Dom Dziecka Droga

 
 
Dom Dziecka Droga

Paweł heeft FAS, Foetaal Alcohol Syndroom. Je kan het zien: zijn ogen staan scheef, hij heeft geen snotgeultje, zijn oren zitten lager dan normaal. “He’s a bit slow,” zegt Benon, zijn begeleider. Het is een vriendelijk understatement dat hij vaker gebruikt voor verstandelijke handicaps. Paweł heeft het allemaal te danken aan zijn moeder, die tijdens haar zwangerschap hard bezig was zich dood te drinken. Dat is haar inmiddels gelukt, net als zijn vader.


Kacper komt uit een gezin van veertien kinderen. Ook zijn moeder was alcoholist en is niet meer onder de levenden. Vader is kwijt. De veertien kinderen zitten verspreid over kindertehuizen in heel Polen. Hier, in Wolsztyn, zitten er twee. Kacper is de enige van het gezin die niet “slow” is.


Kuba is zestien en moet binnenkort naar de gevangenis. Hij gaat niet meer naar school, had een aardig baantje als monteur maar kwam daar niet meer opdagen. Toch is Kuba een harde werker, hij is een van de bewoners die regelmatig spontaan onze leerlingen helpt met het zware werk. Je hoeft niet goed te kijken om te zien dat hij dat ook doet om zijn bijna niet te kanaliseren woede kwijt te raken. Woede die zó veel kinderen hier hebben.

Dit zijn nog maar een paar van de kinderen voor wie eenentwintig leerlingen uit vwo 4 zich afbeulen in de hete zon. Een enorme berg zware straatstenen hebben ze verplaatst, bijna onvermoeibaar en strak georganiseerd. Een flink stuk van de tuin hebben ze afgegraven, omdat er een parkeerplaats moet komen. Vele kruiwagens zand zijn achterin de tuin gestort.


Dit moet allemaal van de gemeente. De bestrating in de tuin is te onregelmatig, dat is gevaarlijk voor de kinderen. Deze week moet het geëgaliseerd zijn, anders moet het huis dicht en staan alle kinderen op straat. Daarom doen wij dit, want als ze het moeten laten doen, kost dat veel geld. Geld dat ze niet hebben.


De werkelijkheid is dat Wolsztyn afwil van het kindertehuis, Dom Dziecka Droga. Het is te duur. Het is schadelijk voor het aanzien van de buurt. Daarom verzinnen ze onredelijke eisen. Vorig jaar is het al bijna gelukt: eerst waren er twee huizen, nu is er nog maar een.


Het is bijna onmenselijk wat onze leerlingen moeten doen, terwijl het al dagen dertig graden is, maar ze dragen het als ware helden. Op de eerste dag was er nog wel wat gemopper, maar ze snappen waarom ze het doen. En ze laten iedereen – de bewoners, de medewerkers, de plaatselijke overheid én de door ons betaalde stratenmakers – zien dat ze het kunnen.


We werken van acht tot één, daarna is er tijd voor leuke dingen. Padvinders met kniekousen zetten een speurtocht uit, leerlingen van de naburige school schotelen ons een volledig oostbloksongfestival voor en we gaan zelfs met ultralichte vliegtuigjes de lucht in. Maar wat het meest blijft hangen is hoe hard we hebben gewerkt en waarom.


De jeugdige bewoners hebben de naam van het tehuis zelf bedacht. ‘Droga’ betekent ‘weg’. De weg naar een beter leven, hopen we, die – als het aan ons ligt - voorlopig niet ophoudt.